Wie door Nationaal Park Weerribben-Wieden peddelt, vaart door het grootste laagveenmoerasgebied van Noordwest-Europa. Het gebied ligt in de Kop van Overijssel en bestaat uit een lappendeken van smalle vaarten, brede meren, rietlanden en moerasbos. Je komt er voorbij rietkragen, onder bruggetjes door en langs waterdorpen met namen die je nergens anders hoort, zoals Muggenbeet en Nederland. Het is een plek waar je vanzelf langzamer gaat denken, simpelweg omdat het landschap je daar de ruimte voor geeft.
Het opvallende aan Weerribben-Wieden is dat de natuur er niet zomaar is ontstaan. Al in de middeleeuwen werd in het gebied turf gestoken als brandstof. Door dat steken ontstonden kanalen, kreken en plassen. In de Weerribben gebeurde dat gereguleerd, met ribben tussen de weren waar de turf kon drogen. In de Wieden zijn veel van die stroken weggeslagen, waardoor er grotere watervlakten ontstonden, de wieden waar het gebied zijn naam aan ontleent. Naast turfwinning was rietteelt een belangrijke bezigheid, en dat is het nog steeds. Het Kalenberger dekriet wordt tot op vandaag gebruikt voor rieten daken. Sinds 2009 is De Wieden, met grotere meren zoals de Belterwijde en de Beulakerwijde, samengevoegd met De Weerribben tot één nationaal park.
Vanaf onder andere Ossenzijl, Giethoorn en Belt-Schutsloot lopen kanoroutes die je weer terugbrengen bij je startpunt. De Ossenzijlroute is ongeveer 7 kilometer lang, de Kalenbergroute zit rond de 8 kilometer en wie meer wil peddelen kan de Weerribbenroute van 14 kilometer nemen. Vanuit Giethoorn vaart de Dwarsgrachtroute van zo'n 10 kilometer langs waterdorpen als Dwarsgracht en Jonen. De routes staan met bordjes op het water aangegeven, dus verdwalen is in dit ondiepe en rustige vaargebied niet snel aan de orde. Dat maakt het park geschikt voor kanovaarders met weinig ervaring, maar net zo goed voor wie liever een hele dag of meerdere dagen onderweg is.
Onderweg kom je waterplanten tegen zoals waterlelies, en flink wat vogels en insecten. Reigers, ooievaars en libellen laten zich regelmatig zien, en met wat geluk zwemt er een otter voorbij. De rietlanden en moerasbossen zorgen voor steeds wisselende vergezichten. Het ene moment vaar je door een smal kanaaltje met riet aan beide kanten, het andere moment lig je op een breed meer met uitzicht tot aan de horizon. De vroege ochtend wordt vaak genoemd als rustigste moment van de dag om te peddelen, voordat de drukte op gang komt.
Op verschillende plekken in het park kun je een kano of kajak huren, onder andere in Ossenzijl, Belt-Schutsloot en Giethoorn. Bij de verhuur krijg je meestal een kaart met routes mee, zodat je ter plekke kunt bepalen welke afstand bij die dag past. Wie liever meerdere dagen aaneen vaart, kan ook kiezen voor kanokamperen, waarbij je overnacht op paalkampeerplekken of bij een camping langs de route. Zo combineer je een actieve dag op het water met een nacht midden in het moeras.
Een dag kanoën door Weerribben-Wieden voelt anders dan een dag thuis of op het werk. Niet omdat er iets spannends gebeurt, maar juist omdat er weinig gebeurt. Je peddelt, je kijkt om je heen, je laat de boot af en toe gewoon drijven. Voor wie gewend is aan een vol hoofd en een volle agenda, is dat best een omschakeling. Het water dwingt je niet tot rust, het biedt alleen de ruimte ervoor. Wat je daarmee doet, bepaal je zelf, net als de route die je kiest en het tempo waarin je peddelt.